Een Biederer, een Grundworth, een Diana Slip of toch ‘gewoon’ een amateurfoto?

Behalve de studio’s van Jules en Nativa Richard en die van de gebroeders Biederer waren er in het Parijs van de jaren twintig en dertig nog twee namen die eruit sprongen op het gebied van de erotische fotografie. Onder het gezamenlijke pseudoniem Grundworth opereerde op die markt een onbekend aantal heel goede fotografen, en dan had je in diezelfde periode ook Leon Vidal nog. Net als de Richards was hij zelf fabrikant van lingerie en fetisj-kleding onder de merknaam Diana Slip, en daarnaast ook uitgever van allerlei pikante tijdschriftjes.

Grundworth-foto’s worden nog betrekkelijk vaak aangeboden op veilingen. Ze lijken in technische zin sterk op die van de Ostra-studio (van de Biederers), maar onderscheiden zich inhoudelijk daarvan omdat ze menigmaal veel explicieter zijn.

Grossierden de Biederers in voyeuristische ensceneringen en het aanwakkeren van kinky fantasieën (sm, seks met jonge maagden, enz) zonder daarbij de geslachtsdelen van de modellen of de daad zelf in beeld te brengen, op de sets van het anonieme Grundworth-collectief bleef geen taboe overeind: penetraties in alle daartoe beschikbare lichaamsdelen, trio’s, plasseks, enfin noem een obsceniteit en hij werd voor hun camera’s open en bloot aan de kijker voorgeschoteld.

Een stereokaart uit de Ostra-studio of een van Grundworth? Fotografen uit beide stallen schuwden het voyeuristische element bepaald niet, maar volgens kenners was het anonieme Grundworth-collectief wel meer gefixeerd op ronde, dikke konten.

Een en ander neemt niet weg dat handelaren op veilingen dikwijls genoeg toch niet zeker blijken weten of ze nou een Grundworth- dan wel een Ostra-foto aanbieden. In al die gevallen houden ze het maar op een ‘Grundworth/Biederer’, en mag de geïnteresseerde verzamelaar het zelf uitzoeken. Het komt ook voor dat er helemaal niets over de (mogelijke) herkomst van een foto wordt vermeld, zoals in het geval van de foto van de vrouw met de waaier.

“Een Biederer, een Grundworth, een Diana Slip of toch ‘gewoon’ een amateurfoto?” verder lezen

Bal des Quat’z’Arts, 1930

Groepsportret na afloop van het Bal des Quat’z’Arts, dat van 1898 tot 1966 jaarlijks plaatsvond in de Ecole des Beaux Arts in Parijs. Kunstacademies in de Franse hoofdstad organiseerden soortgelijke verkleedfeesten al vanaf halverwege de negentiende eeuw, maar Quat’z’Arts gold daarvan als het meest tot de verbeelding sprekende.

Toegang was strikt voorbehouden aan eigen studenten, alumni en bekende kunstenaars, en dan nog alleen als ze aan de deur verschenen in een uitmonstering die paste bij de steeds wisselende thema’s van het bal, zoals ‘De barbaren’, ‘Oude civilisaties’, ‘Homerus’ Griekenland’, ‘Olympus’, ‘Carthago’ en ‘De Khmers’.

Bij de entree stond steevast The Black Guard die streng op de dresscode toezag. In het boek ‘City of Pleasure | Paris between the Wars’ van Alexander Dupouy is een aantal oude foto’s van de diverse bals opgenomen. Je kan er onder meer uit afleiden dat menige vrouwelijke student elk thema wel aangreep om topless op de dansvloer te kunnen verschijnen; ja, kom d’r nog maar eens om.

“Bal des Quat’z’Arts, 1930” verder lezen

De Vliegende Kleermaker

François Reichelt, omringd door vrienden en journalisten, luttele ogenblikken voordat hij zich naar de eerste etage van de Eiffeltoren zal begeven, om daar tot ieders ontzetting toch zélf vanaf te springen. Ik had het schokkerige filmpje dat ervan is geschoten al eens gezien in een aflevering van Geert Maks tv-reeks In Europa, en waar ik doorgaans meteen wegkijk bij dit soort beelden staat dit fragment van hooguit een paar seconden nog altijd op mijn netvlies gebrand.

Foto’s van de gebeurtenis zelf zijn er bij mijn weten niet; vermoedelijk konden de camera’s van toen de snelheid waarin die zich voltrok ook nog niet registreren, maar de ogenblikken ervoor en erna zijn wel degelijk in stills vastgelegd. Op Wikipedia zag ik er enkele waarop Reichelt al op de – boven op een tafel geplaatste – stoel is geklommen die hem op min of meer gelijke hoogte met de reling van de Eiffeltoren bracht. Op YouTube is, dan gefilmd vanaf dezelfde plek, aansluitend ook het moment te zien dat hij nog even lijkt te dralen en schutteren alvorens hij zijn sprong in de diepte waagt.

‘Waagt’ is hier, net als trouwens ‘dralen’ en ‘schutteren’, misschien als omschrijving verkeerd, want de laatste woorden van François Reichelt zijn ‘a bientôt!’ geweest, als om te onderstrepen dat hij geen enkele bedenking had over de afloop van zijn claim to fame.

Reichelt, een rond zijn twintigste van Oostenrijk naar Frankrijk geëmigreerde kleermaker, had daar ook wel enige reden toe. In zijn op de vijfde verdieping gelegen, Parijse atelier aan de Rue Gaillon had hij eerder al paspoppen in zelfgemaakte parachutes met wisselend succes naar de stoep laten zweven. Daarna waren ook de keren waarbij hij zelf aan een valscherm naar beneden stortte voor de ‘Vliegende Kleermaker’ klaarblijkelijk beloftevol gebleken.

“De Vliegende Kleermaker” verder lezen

Vendeur de ballons

Ondertussen moet vooral niet de indruk ontstaan dat het hier onder een wat andere vlag toch alleen maar over bloot blijft gaan. De erotische fotografie van Yva Richard en aanverwante Parijse studio’s boeien me weliswaar mateloos, maar als eerder vermeld strekt mijn belangsteling zich ook uit naar wat er in de jaren twintig, dertig en daarna nog meer met de camera (en het penseel) in Frankrijk werd vastgelegd. Bijvoorbeeld naar het werk van straatfotografen die ook journalistiek actief waren, onder wie Ronis, Kertesz, Stettner, Doisneau en Cartier-Bresson.

Deze opname van een ballonnenverkoper aan de voet van de Eiffeltoren zou moeiteloos aan een van die vijf kunnen worden toegeschreven, maar het is een onlangs in Frankrijk aangekochte foto van een anonieme maker; ik vermoed uit de jaren vijftig.