Big Hair

Wat voor blootfoto’s in z’n geheel niet opgaat, pakt wel voor mij wel zo uit voor snapshots van vrouwen met big hair, ofwel beehives, ofwel in het Nederlands: suikerspinnen. Ik koester jeugdherinneringen aan het fenomeen en was er indertijd, in de vroege jaren zeventig, al zwaar van onder de indruk. Zeker als de verschijning van de dame in kwestie werd gecompleteerd door een rocket-bra en aanverwante spannende kledingstukken (hakken, rokken, laag uitgesneden jurkjes).

Mijn best bewaarde herinnering is die aan de keren dat we als 16-jarigen mochten biljarten in café De Koens in Eindhoven, een kroeg die werd bestierd door de ouders van een vriendje. Elke zaterdagmiddag dat we daar als jongens een keutje legden, viel samen met de afloop van de weekmarkt. De marktvrouwen en hun mannen stroomden dan De Koens binnen om het met elkaar op een drinken te gaan zetten.

Wanneer de sfeer er na een aantal biertjes, jenevers en likeurtjes flink in zat, veranderde het café in een danszaal. Met hoog opgetrokken jurken voerden de marktvrouwen dan gezamenlijk een soort cancan op, waardoor je doorlopend een blik werd vergund op hun prachtige benen. De mooiste van het stel, zo weet ik nog, gaf er bovendien haar lichtblauwe, kanten jarretelles mee bloot. Van biljarten kwam dan vervolgens natuurlijk weinig of niets meer; ik kon mijn ogen niet van die dertig jaar oudere schoonheid af houden.

De kapster van mijn moeder deed, zowel in haardracht als in sexy uitstraling, overigens niet voor die marktvrouwen onder. Ze kapte meerdere mensen tegelijk aan huis, en als je door de spiegel toekeek terwijl ze knipte of rollers inzette, kon je je ogen niet afhouden van haar diepe decolleté. Els heette ze, als mijn geheugen me niet bedriegt. Ik weet nog dat ze ooit in mijn bijzijn een bejaarde kennis van mijn moeder knipte, die Els bij die gelegenheid, en ongetwijfeld aangemoedigd door dat decolleté, even over haar borsten streek. De aanwezige dames spraken er nadien uiteraard schande van, maar ik meen dat ik hem ook toen al best een heel klein beetje begreep.

Ik dacht dat het hebben van big hair een heel wijdverbreide haarmode was, een halve eeuw geleden, maar in het aanbod van found photography wijst niets daarop. Ik kom de dia’s, foto’s en negatieven van vrouwen met beehives maar heel sporadisch tegen. En, tja, een afbeelding van een ‘Els’ of een marktvrouw in lichtblauwe jarretels zit er helaas nooit tussen.

Bal des Quat’z’Arts, 1930

Groepsportret na afloop van het Bal des Quat’z’Arts, dat van 1898 tot 1966 jaarlijks plaatsvond in de Ecole des Beaux Arts in Parijs. Kunstacademies in de Franse hoofdstad organiseerden soortgelijke verkleedfeesten al vanaf halverwege de negentiende eeuw, maar Quat’z’Arts gold daarvan als het meest tot de verbeelding sprekende.

Toegang was strikt voorbehouden aan eigen studenten, alumni en bekende kunstenaars, en dan nog alleen als ze aan de deur verschenen in een uitmonstering die paste bij de steeds wisselende thema’s van het bal, zoals ‘De barbaren’, ‘Oude civilisaties’, ‘Homerus’ Griekenland’, ‘Olympus’, ‘Carthago’ en ‘De Khmers’.

Bij de entree stond steevast The Black Guard die streng op de dresscode toezag. In het boek ‘City of Pleasure | Paris between the Wars’ van Alexander Dupouy is een aantal oude foto’s van de diverse bals opgenomen. Je kan er onder meer uit afleiden dat menige vrouwelijke student elk thema wel aangreep om topless op de dansvloer te kunnen verschijnen; ja, kom d’r nog maar eens om.

“Bal des Quat’z’Arts, 1930” verder lezen

De Vliegende Kleermaker

François Reichelt, omringd door vrienden en journalisten, luttele ogenblikken voordat hij zich naar de eerste etage van de Eiffeltoren zal begeven, om daar tot ieders ontzetting toch zélf vanaf te springen. Ik had het schokkerige filmpje dat ervan is geschoten al eens gezien in een aflevering van Geert Maks tv-reeks In Europa, en waar ik doorgaans meteen wegkijk bij dit soort beelden staat dit fragment van hooguit een paar seconden nog altijd op mijn netvlies gebrand.

Foto’s van de gebeurtenis zelf zijn er bij mijn weten niet; vermoedelijk konden de camera’s van toen de snelheid waarin die zich voltrok ook nog niet registreren, maar de ogenblikken ervoor en erna zijn wel degelijk in stills vastgelegd. Op Wikipedia zag ik er enkele waarop Reichelt al op de – boven op een tafel geplaatste – stoel is geklommen die hem op min of meer gelijke hoogte met de reling van de Eiffeltoren bracht. Op YouTube is, dan gefilmd vanaf dezelfde plek, aansluitend ook het moment te zien dat hij nog even lijkt te dralen en schutteren alvorens hij zijn sprong in de diepte waagt.

‘Waagt’ is hier, net als trouwens ‘dralen’ en ‘schutteren’, misschien als omschrijving verkeerd, want de laatste woorden van François Reichelt zijn ‘a bientôt!’ geweest, als om te onderstrepen dat hij geen enkele bedenking had over de afloop van zijn claim to fame.

Reichelt, een rond zijn twintigste van Oostenrijk naar Frankrijk geëmigreerde kleermaker, had daar ook wel enige reden toe. In zijn op de vijfde verdieping gelegen, Parijse atelier aan de Rue Gaillon had hij eerder al paspoppen in zelfgemaakte parachutes met wisselend succes naar de stoep laten zweven. Daarna waren ook de keren waarbij hij zelf aan een valscherm naar beneden stortte voor de ‘Vliegende Kleermaker’ klaarblijkelijk beloftevol gebleken.

“De Vliegende Kleermaker” verder lezen

Lady Cadogan

De Franse handelaar die deze foto op de veiling aanbood, vermeldde er alleen bij dat het hier een portret van ‘Lady Cadogan’ betreft. Was het niet om de afbeelding zelf dat ik deze foto meteen wilde kopen, dan toch om het bijzondere verhaal dat er wel eens aan zou kunnen zijn verklonken. Ik werd daarin niet teleurgesteld, al valt zeker niet te ontkennen dat een geschiedschrijver die de weg weet in de archieven, en iemand met tijd bovendien, er veel meer uit moet kunnen halen.

Was deze Lady Mary al bij leven en welzijn verstoten door de adellijke, Britse Cadogan-familie waar ze was ingetrouwd? En, zo ja, kwam dat door de pythons en het ringstaartaapje die ze er in haar landhuis in Culford Gardens in Chelsea op nahield? Of had dat eerder te maken met een eveneens inwonende, 28 jaar jongere vriend met wie ze een verhouding zou hebben gehad?

“Lady Cadogan” verder lezen

De mosharige, Circassiaanse beauty Miss This

Nooit gedacht dat het op deze manier nog eens allemaal bij elkaar zou komen. In het oog springende, oude blootportretten van vrouwelijke amateurmodellen interesseren me nu al een jaar of zeven, maar vanaf zekere dag ben ik daar stukje bij beetje ook wat snapshots uit de jaren zestig en zeventig van (geklede) dames met big hair en andere foto’s van markante vrouwen aan toe gaan voegen.

Big Hair. San Juan, dia jaren zeventig (foto uit eigen collectie)

In de tussentijd wakkerde dan ook mijn belangstelling nog aan voor Franse professionele fotografen in met name het interbellum, terwijl ik me deze week ineens ook realiseerde dat ik er onder die vrouwenportretten nu al drie heb van snake charmers, waaronder deze bovenstaande van een Franse fotograaf.

Nu dan een stukje serendipiteit om het specifieke verhaal bij dit portret van ‘Miss This” te kunnen vertellen. Ik ontdekte nog maar onlangs dat ik in de verzamel-‘categorie’ Parijse fotografen van de jaren twintig en dertig toch ook zeker niet om Henri Roger-Viollet (1869-1946) heen kon.

Hij bouwde als fotograaf een indrukwekkend archief op van alle meer of minder historische gebeurtenissen waar hij bij aanwezig was, maar zijn naam leeft ook zeker voort dankzij de door zijn dochter Hélène en haar man Jean-Victor Fischer in 1938 opgerichte Documentation Photographique Général Roger-Viollet op nummer 6, Rue de Seine in Parijs. Het foto-agentschap bestaat nog altijd, het is het oudste van het land en het verkoopt (alleen) de publicatierechten van zo’n zes miljoen foto’s en andere beelddocumenten.

Dit portret van ‘Miss This’, zoals op de achterzijde is genoteerd, kon ik desondanks gewoon als een zilvergelatine print op een veiling kopen. Die achterzijde draagt zowel het stempel van de agence als van Henri zelf, waardoor het niet helemaal duidelijk is of deze nou ook echt de maker was van het portret. Uitgaande van het feit dat de eerste zilvergelatine drukken al in 1880 uit de donkere kamers kwamen, is het in elk geval goed mogelijk.

Enfin, ik dus blij dat ik ten minste één foto van Roger-Viollet in mijn bezit had. Was het aansluitend hooguit nog even online zoeken naar wie nou precies Miss This was. Een danseres uit het Parijse nachtleven allicht, of dan toch een actrice. Maar hoe ik ook googelde, althans digitaal is er niets over iemand onder die (bij)naam bekend.

“De mosharige, Circassiaanse beauty Miss This” verder lezen